Nederlanders denken inflatie is 8% maar CBS zegt 3%. CBS onderzoek toont record verschil tussen werkelijke en waargenomen inflatie. Nederlandse consumenten schatten de inflatie op ongeveer 8% per jaar, terwijl de werkelijke inflatie rond de 3% schommelt. De kloof tussen de werkelijke en de waargenomen inflatie is sinds 2022 toegenomen. De energiecrisis van 2022 heeft.
Nederlanders ervaren een aanzienlijk groter inflatiegevoel dan de werkelijke inflatiecijfers aangeven, met een verschil dat recentelijk is toegenomen tot bijna driemaal de daadwerkelijke stijging van prijzen. Deze discrepantie, vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), wijst op een groeiende kloof tussen economische realiteit en consumentenperceptie, wat belangrijke implicaties kan hebben voor economisch beleid en consumentengedrag.
Het CBS heeft geconstateerd dat Nederlandse consumenten de inflatie aanzienlijk hoger inschatten dan de officiële cijfers aangeven. Waar de gemeten inflatie de afgelopen tweeënhalf jaar rond de 3% schommelt, denken consumenten dat prijzen gemiddeld met ongeveer 8% per jaar stijgen. Dit verschil, een fenomeen dat al langer bestaat, is sinds de energiecrisis van 2022 exponentieel toegenomen. De perceptie van inflatie ligt nu ongeveer twee keer zo hoog als voor 2022.
De perceptie van inflatie bleef aanzienlijk hoger dan de werkelijke inflatie, zelfs toen de officiële inflatiepiek in september 2022 werd bereikt (14,5%) en vervolgens daalde tot 4,4% in maart 2023. Zelfs toen de inflatie in juni van dit jaar daalde tot 2,9%, bleef de consumentenperceptie steken op 8%. Deze discrepantie suggereert dat consumenten de recente prijsstijgingen sterker in hun geheugen vasthouden en deze blijven projecteren op toekomstige prijzen.
De CBS-onderzoekers wijzen erop dat de verwachtingen omtrent toekomstige inflatie ook zijn gestegen. In april van dit jaar gaf 55% van de ondervraagden aan dat ze verwachten dat de inflatie zal stijgen, het hoogste percentage sinds maart 2022. Hoewel dit percentage in juni is gedaald tot 32,5%, blijft het een significant deel van de bevolking dat een verdere stijging van de prijzen verwacht.
De overschatting van inflatie is een bekend fenomeen, maar de huidige kloof tussen de werkelijke en de waargenomen inflatie is opvallend. Historisch gezien lagen de consumentenpercepties van inflatie dicht bij de officiële cijfers, vaak met een verschil van 1 tot 2 procentpunten. De energiecrisis van 2022, met de daaropvolgende scherpe stijging van energieprijzen, heeft deze dynamiek echter drastisch veranderd.
De energieprijzen hebben een directe impact op de consumentenportemonnee, omdat ze een belangrijke factor zijn in de kosten van verwarming, transport en veel consumentengoederen. De plotselinge en aanzienlijke stijging van deze prijzen heeft een blijvende indruk achtergelaten, waardoor consumenten de inflatie hoger inschatten dan de officiële cijfers suggereren. Dit psychologische effect wordt versterkt door de media-aandacht voor de stijgende prijzen en de discussie over de koopkracht.
De CBS wijst ook op de rol van geopolitieke spanningen, zoals de situatie in het Midden-Oosten, als een factor die de verwachtingen omtrent toekomstige inflatie beïnvloedt. Onzekerheid over de energievoorziening en de potentiële impact op de brandstofprijzen draagt bij aan de angst voor een verdere stijging van de prijzen. Deze angst wordt verder aangewakkerd door de volatiliteit op de internationale markten.
De discrepantie tussen de werkelijke en de waargenomen inflatie kan aanzienlijke gevolgen hebben voor het economisch beleid en het consumentengedrag. Als consumenten inflatie hoger inschatten, kunnen ze hun bestedingsgedrag aanpassen, bijvoorbeeld door minder uit te geven of te zoeken naar goedkopere alternatieven. Dit kan leiden tot een afname van de vraag en een vertraging van de economische groei.
De overschatting van inflatie kan ook de verwachtingen van werknemers beïnvloeden, wat kan leiden tot lonenclaims die hoger zijn dan gerechtvaardigd door de werkelijke inflatie. Dit kan op zijn beurt de inflatie verder aanwakkeren, waardoor een vicieuze cirkel ontstaat. Centrale banken, zoals De Nederlandsche Bank (DNB), houden rekening met consumentenpercepties bij het bepalen van het monetair beleid.
De Nederlandse regering en DNB zullen de ontwikkelingen nauwlettend volgen om de impact van de overschatte inflatie op de economie te peilen. Communicatie over de werkelijke inflatiecijfers en de factoren die de prijzen beïnvloeden, kan helpen om de perceptie van inflatie te corrigeren en de verwachtingen te stabiliseren. Het is essentieel om consumenten te informeren over de nuances van inflatie en de impact van geopolitieke gebeurtenissen op de prijzen.
Veelgestelde vragen
Wat is de huidige inflatieperceptie van Nederlanders?
Nederlanders schatten de inflatie op ongeveer 8% per jaar, terwijl de werkelijke inflatie rond de 3% schommelt.
Waarom is de kloof tussen werkelijke en waargenomen inflatie toegenomen?
De kloof is sinds 2022 toegenomen, vooral door de energiecrisis en de impact van geopolitieke spanningen.
Wat zijn de economische gevolgen van de overschatte inflatie?
De overschatte inflatie kan leiden tot een afname van de vraag en een vertraging van de economische groei.