De Raad van State heeft het wetsvoorstel van de VVD om een verbod op religieuze uitingen bij boa’s als slecht onderbouwd geëvalueerd.
De Raad van State heeft het wetsvoorstel van VVD-Kamerlid Claire Martens-America om een verbod op religieuze uitingen bij buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) als slecht onderbouwd geëvalueerd. In een maandag gepubliceerd advies schrijft het adviesorgaan dat het voorstel niet voldoende motiverend is en dat het grondrechten zoals de vrijheid van godsdienst en het recht op gelijke behandeling zou inperken.
Wat verandert er?
De VVD wil dat boa’s geen zichtbare uitingen van religie of levensovertuiging dragen tijdens hun werk, zoals een hoofddoek of keppeltje. Volgens de Raad van State is het wetsvoorstel echter niet goed genoeg onderbouwd. Er ontbreekt een duidelijke uitleg waarom zulke uitingen in de praktijk tot problemen leiden en waarom een landelijk verbod nodig is. Daarnaast wordt niet duidelijk waarom minder ingrijpende maatregelen, zoals het integreren van religieuze symbolen in het uniform, niet zouden werken.
Wat betekent dit voor de VVD?
De Raad van State adviseert de VVD om het voorstel te herzien of in te trekken. Volgens het adviesorgaan moet het wetsvoorstel beter worden gemotiveerd, vooral aangezien het grondrechten aantast. De VVD heeft al eerder geprobeerd om religieuze kleding bij boa’s te verbieden, onder meer via een richtlijn in 2022 en een algemene maatregel van bestuur in 2024. Beide maatregelen werden door de Raad van State als ongeschikt geëvalueerd.
„Je raakt echt aan de grondrechten. Dat mag je wel doen, maar dan moet je dat wel heel goed motiveren.”
Deze uitspraak komt van Pieter-Bas Beekman, woordvoerder van de Raad van State. Volgens hem is het wetsvoorstel van Martens-America niet voldoende onderbouwd en ontbreekt er een duidelijke uitleg over de noodzaak van een landelijk verbod. De VVD heeft al aangegeven dat het advies van de Raad van State bestudeert en een reactie zal formuleren.
De discussie over religieuze uitingen bij boa’s speelt al jaren. In 2021 nam de Tweede Kamer moties aan die pleitten voor een neutraal uniform voor boa’s. Sindsdien zijn er verschillende pogingen geweest om een verbod op religieuze kleding te realiseren, maar deze zijn steeds weer afgewezen door het adviesorgaan vanwege onvoldoende motivatie en juridische ongeschiktheid.
Veelgestelde vragen
Waarom is het wetsvoorstel van de VVD slecht onderbouwd?
De Raad van State stelt dat het wetsvoorstel niet voldoende uitleg geeft waarom zichtbare religieuze uitingen bij boa’s in de praktijk tot problemen leiden en waarom een landelijk verbod nodig is.
Wat zijn de gevolgen van het wetsvoorstel volgens de Raad van State?
Het wetsvoorstel zou de vrijheid van godsdienst en het recht op gelijke behandeling inperken, wat volgens de Raad van State alleen gerechtvaardigd is als het goed gemotiveerd is.
Zijn er alternatieven voor een volledig verbod?
De Raad van State noemt voorbeelden zoals het integreren van religieuze symbolen in het uniform, zoals in het Verenigd Koninkrijk, als mogelijke minder ingrijpende oplossingen.