Het recente WK voetbal werd gekenmerkt door een opvallende trend: bondscoaches zetten hun volledige selecties in, wat resulteerde in een ongekend hoog aantal minuten dat door verschillende spelers werd gespeeld. Deze ontwikkeling, samen met de opkomst van de ‘goalplayer’, markeert een verschuiving in de manier waarop voetbal wordt benaderd op het hoogste niveau.
De WK-finale tussen Spanje en een ander land (niet gespecificeerd in de bronnen) eindigde in een spannende 0-0 stand. In de slotminuten, vlak voor het einde van de wedstrijd, brachten de Spaanse bondscoach Luis de La Fuente de spelers Martin Zubimendi en Eric Garcia in het veld, beiden voor het eerst in het toernooi. Opvallend was dat deze invallers kort daarna doelpuntenmaker Ferran Torres omverlieten. Deze gebeurtenis illustreert een bredere trend die zich tijdens het hele WK heeft afgespeeld: de toenemende inzet van de gehele selectie door bondscoaches.
De trend van het inzetten van een groot deel van de selectie is niet nieuw, maar heeft dit toernooi een nieuwe standaard bereikt. Zes bondscoaches, waaronder de trainer van Argentinië, Lionel Scaloni, zetten alle veldspelers in. Bij maar liefst 25 teams, waaronder het Nederlandse elftal, bleven slechts één of twee spelers aan de kant. Deze ontwikkeling wijkt af van eerdere WK's, zoals in 2014 toen Louis van Gaal opzien baarde door al zijn 23 selectieleden in te zetten, inclusief de derde doelman Michel Vorm.
De terminologie 'starters' en 'finishers' is sinds het EK in Duitsland gemeengoed geworden onder bondscoaches, en dit WK bevestigde deze trend. De focus ligt nu op het hebben van een selectie met specialisten die ingezet kunnen worden voor elk denkbaar scenario, zoals Thomas Tuchel, een bekende voetbaltrainer, al eerder opmerkte.
De verschuiving naar het inzetten van een bredere selectie is deels te wijten aan de toenemende complexiteit van het moderne voetbal. De intensiteit van wedstrijden is hoger, de fysieke eisen zijn groter en de tactische diversiteit is toegenomen. Dit vereist een selectie met spelers die in verschillende rollen en posities uit de voeten kunnen, en die in staat zijn om een wedstrijd te kantelen in de slotfase.
De opkomst van de ‘goalplayer’ is een andere belangrijke trend. Deze term verwijst naar spelers die, ondanks dat ze niet altijd in de basis staan, in staat zijn om cruciale doelpunten te maken of assists te geven wanneer ze worden ingebracht. Deze spelers zijn vaak gespecialiseerd in bepaalde situaties, zoals de omschakeling of de counter, en kunnen een belangrijke waarde toevoegen aan een team.
De praktijk van het inzetten van bijna de volledige selectie is ook een weerspiegeling van de veranderende rol van de bondscoach. De coach wordt steeds meer gezien als een manager die een team van specialisten samenstelt en inzet, in plaats van een autoritaire figuur die de spelers dicteert. Dit vereist een andere aanpak van teammanagement en een grotere flexibiliteit in de opstelling.
De trend van het inzetten van de volledige selectie heeft zowel positieve als negatieve gevolgen. Positief is dat het de competitie binnen de teams vergroot en de spelers gemotiveerder maakt. Het geeft ook spelers die normaal gesproken op de bank zitten de kans om zich te bewijzen en hun waarde te laten zien.
Aan de andere kant kan het inzetten van een brede selectie leiden tot een gebrek aan teamchemie en consistentie. Spelers die regelmatig worden gewisseld, kunnen zich minder betrokken voelen bij het team, en de opstelling kan minder voorspelbaar zijn voor de tegenstander. Bovendien kan het de ontwikkeling van jongere spelers belemmeren, omdat ze minder kans krijgen om zich te bewijsen in de basis.
De opkomst van de ‘goalplayer’ kan leiden tot een verandering in de manier waarop teams worden samengesteld en getraind. Clubs en nationale teams zullen meer aandacht besteden aan het ontwikkelen van spelers die in staat zijn om een impact te maken vanaf de bank. Dit kan leiden tot een grotere diversiteit aan spelers en een meer dynamische speelstijl.