Een opa nam zijn studerende kleinzoon uit Canada in huis voor 350 euro kostgeld — en werd door de SVB gekort op zijn AOW, met terugvordering. De rechtbank gaf de SVB gelijk. De kern: kleinkinderen tellen als tweedegraads familie en vallen buiten de uitzondering die eigen kinderen wél beschermt. De feiten achter het virale bericht.

€502,28 teruggevorderd door de SVB
70% vs 50% AOW-norm alleenstaand vs. samenwonend (van minimumloon)
2e graad familieband kleinzoon — de uitzondering dekt alleen de 1e graad
19 okt 2026 uitspraak Rechtbank Gelderland: SVB krijgt gelijk

De Zaak Zelf

Een man met AOW — sinds 2010 gepensioneerd — zag zijn uitkering vanaf september 2024 verlaagd van de norm voor een alleenstaande naar de lagere norm voor samenwonenden. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) vorderde bovendien 502,28 euro terug. Aanleiding: zijn kleinzoon uit Canada was op 15 augustus 2024 bij hem komen inwonen om in Nederland te studeren, tot hij een studentenkamer zou vinden. De kleinzoon betaalde 350 euro per maand aan kostgeld. De rechtbank Gelderland oordeelde op 19 oktober 2026 dat de SVB gelijk had: beroep ongegrond.

Wat De Svb En De Rechter Wogen

De AOW kent twee normen: alleenstaanden krijgen circa 70 procent van het netto minimumloon, samenwonenden elk 50 procent — een verschil van honderden euro's per maand. "Samenwonend" ben je volgens de wet als je je hoofdverblijf met een andere volwassene deelt én voor elkaar zorgt. In deze zaak woog mee: de kleinzoon had een eigen kamer maar zij deden samen boodschappen, aten bijna dagelijks samen, en de kleinzoon hielp in de huishouding (was ophangen). Dat zij hem een "kostganger" noemden hielp niet: er was geen huurcontract of andere zakelijke relatie aantoonbaar. Ook het argument dat het om een tijdelijke wenperiode ging, faalde — de AOW-wet kent zo'n uitzondering niet.

De Regel Die Vrijwel Niemand Kent

Cruciaal detail uit de AOW-wet: bloedverwanten in de EERSTE graad — je eigen kind of je eigen ouder — tellen níet mee als samenwonend, óók als ze bij je inwonen en kostgeld betalen. Een kleinzoon is echter een bloedverwant in de TWEEDE graad en valt daar dus buiten. Had de man zijn eigen zoon of dochter in huis genomen onder exact dezelfde voorwaarden, dan was er niets aan de hand geweest. Die wettelijke grens tussen eerste en tweede graad is de juridische kern van de zaak — en de reden dat de rechtbank vrijwel geen andere uitkomst kon kiezen: de wet laat de SVB hier simpelweg geen ruimte.

WAT ER IN HET VIRALE BERICHT KLOPT — EN WAT NIET

Het bericht dat rondgaat bevat een kern van waarheid: de zaak is echt, de korting is echt, en het is inderdaad zo dat een grootouder voor het inwonen van een kleinkind duurder uit is dan iemand die een vreemde als (echte) kostganger in huis neemt — want een pure huur-/kostrelatie geldt juridisch niet als samenwonen. Toch schuift het bericht er een paar dingen bij. Ten eerste gaat het niet om de "kostendelersnorm" — die bestond in de bijstand en is in 2023 afgeschaft; voor AOW geldt de bredere toets op een "gezamenlijke huishouding". Ten tweede: met 350 euro kostgeld en gedeelde maaltijden had deze situatie ook vóór 2023 als samenwonen gegolden; het is geen nieuwe strengheid maar een oude, onbekende regel. Ten derde is de vergelijking met asielzoekers scheef: gastgezinnen die via de logeerregeling een statushouder opvangen krijgen inderdaad een vergoeding, maar die is tijdelijk en bescheiden — het is geen salaris. En vierde: wie een vreemde echt als huisgenoot laat inwonen mét gezamenlijke kosten, kan dezelfde AOW-korting krijgen; de wet kijkt niet naar nationaliteit maar naar de huishoudvorm.

De Politieke Achtergrond

De kritiek op deze regels is niet nieuw. De "samenwoningstoets" levert al jaren harde gevallen op — ook bij uitkeringen en toeslagen, waar mensen worden afgestraft omdat ze familie of mantelzorgers in huis nemen. Partijen als SP, Omtzigt-NSC en de PvdA voerden eerder aan dat de definitie van "zorgen voor elkaar" te ruim is en familiehulp ontmoedigt. Toch is de kanttekening ook legitiem: zonder zo'n toets zou elke samenwonende eenvoudig de hogere alleenstaandennorm kunnen claimen, wat de AOW vele miljarden zou kosten. De discussie gaat dus niet over óf er een toets moet zijn, maar over waar de grens ligt — en deze zaak laat zien dat die grens bij je eigen kleinzoon, met gedeelde maaltijden en kostgeld, momenteel aan de verkeerde kant van het gezonde verstand ligt.

Veelgestelde vragen

Waarom werd deze opa gekort op zijn AOW?

Omdat de SVB oordeelde dat hij met zijn inwonende kleinzoon een gezamenlijke huishouding voerde: eigen kamer, gezamenlijke boodschappen, bijna dagelijks samen eten en 350 euro kostgeld. Samenwonenden krijgen een lagere AOW-norm (circa 50% i.p.v. 70% van het netto minimumloon per persoon) en daarnaast werd 502,28 euro teruggevorderd.

Mag mijn eigen kind dan wél zomaar inwonen?

Ja — bloedverwanten in de eerste graad (eigen kind, eigen ouder) tellen bij wet niet als samenwonend, ook al betalen ze kostgeld. Kleinkinderen zijn tweedegraads familie en vallen buiten die uitzondering; dat was de juridische kern van deze zaak.

Krijg je geld als je een asielzoeker in huis neemt?

Gastgezinnen die via de COA-logeerregeling een statushouder opvangen krijgen een tijdelijke, bescheiden vergoeding — geen salaris. En ook een vreemde die met gedeelde kosten inwoont, kan als 'samenwonend' gelden: de wet kijkt naar de huishoudvorm, niet naar nationaliteit.

Hoe voorkom ik een AOW-korting bij inwonende familie?

Leg een zakelijke relatie vast: een kostgangers- of huurcontract, eigen betalingsverkeer en aparte maaltijden ondersteunen dat er géén gezamenlijke huishouding is. Meld de situatie sowieso eerlijk bij de SVB — een latere terugvordering is duurder dan vooraf uitzoeken.

Bronnen

#aow#svb#samenwonen#kostgeld#rechtspraak#uitkering#factcheck#uitgelegd#dossier