De opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) dreigt een economische crisis van ongekende schaal teweeg te brengen, waarbij een aanzienlijk deel van de hoogopgeleide beroepsbevolking zijn baan verliest en passieve beleggingsfondsen gedwongen worden tot massale uitstroom van kapitaal. Deze ontwikkeling, die binnen enkele jaren een feit kan zijn, zou de mondiale vraag kunnen verzwakken en een domino-effect kunnen veroorzaken op de financiële markten, met name voor de technologiebedrijven die momenteel de AI-revolutie aanjagen.
De snelheid waarmee AI zich ontwikkelt, overtreft de capaciteit van de mensheid om zich aan te passen, zo stellen economen en experts. De huidige generatie AI-modellen, met name grote taalmodellen, verbeteren in een exponentiële snelheid, waarbij ze zelfs in staat zijn om hun eigen opvolgers te programmeren. Dit leidt tot een versnelling van de technologische vooruitgang die de impact op de arbeidsmarkt aanzienlijk vergroot.
Techbedrijven, de voorlopers in het gebruik van deze geavanceerde AI-tools, hebben al aangepast door teams te verkleinen, waarbij teams van zes of meer werknemers soms zijn teruggebracht tot slechts één persoon. Deze efficiëntiewinsten, hoewel positief voor de bedrijven zelf, impliceren een significante vermindering van de behoefte aan menselijke arbeidskrachten in de kenniseconomie. Binnen drie tot vier jaar zou AI mogelijk 15% van de banen in de Amerikaanse kenniseconomie kunnen vervangen.
De argumenten dat nieuwe technologieën altijd nieuwe banen creëren, de zogenaamde Jevons-paradox, of dat de adoptiesnelheid van AI langzamer zal verlopen, worden als onhoudbaar beschouwd. De huidige trend wijst op een exponentiële groei van de rekenkracht van AI-modellen, die ongeveer elke zes maanden verdubbelt, wat een onvermijdelijke verschuiving in de arbeidsmarkt betekent.
De potentiële economische impact van AI wordt versterkt door de dominantie van passieve beleggingsfondsen, zoals S&P 500 index trackers. Deze fondsen, die een steeds groter deel van de beleggingsmarkt in handen hebben, kopen en verkopen aandelen in verhouding tot hun gewicht in de index. Dit mechanische proces zorgt voor een constante vraag naar de aandelen van de grootste bedrijven in de index, waardoor hun waarderingen kunstmatig worden opgedreven.
De technologiebedrijven, met name Nvidia, Microsoft en Amazon, hebben de afgelopen jaren enorm geprofiteerd van deze passieve beleggingsstromen, die hun waarderingen tot ongekende hoogten hebben gebracht. Deze bedrijven zijn niet alleen de drijvende kracht achter de AI-revolutie, maar zijn ook sterk afhankelijk van de constante instroom van kapitaal van passieve beleggers.
Wanneer de AI-gedreven automatisering leidt tot massale baanverliezen en een afname van de economische vraag, zullen beleggers hun kapitaal uit deze fondsen willen halen. Dit resulteert in een massale verkoop van aandelen, waarbij de grootste bedrijven in de index, de "AI mega-caps", het zwaarst getroffen worden. De verkoop zal proportioneel zijn aan de indexgewichting, maar de impact op de aandelenkoersen zal onevenredig zijn.
De massale uitstroom van kapitaal uit passieve beleggingsfondsen zal een domino-effect hebben op de financiële markten. De aandelenkoersen van de technologiebedrijven die momenteel profiteren van de AI-revolutie, zullen naar verwachting aanzienlijk dalen. Dit kan leiden tot een bredere marktdaling en een afname van het vertrouwen van beleggers.
De negatieve impact zal verder reiken dan de aandelenmarkten. Een afname van de economische vraag, veroorzaakt door de baanverliezen en de verminderde koopkracht van de bevolking, kan leiden tot een recessie. De uitstroom van kapitaal uit passieve beleggingsfondsen kan ook de pensioenfondsen treffen, aangezien veel mensen hun pensioenen in deze fondsen hebben geïnvesteerd.
De situatie vereist een proactieve aanpak van overheden en bedrijven. Het is essentieel om beleid te ontwikkelen dat de overgang naar een AI-gedreven economie faciliteert en de negatieve impact op de arbeidsmarkt minimaliseert. Dit kan onder meer inhouden dat er geïnvesteerd wordt in omscholing en bijscholing van werknemers, en dat er sociale vangnetten worden opgebouwd om degenen te ondersteunen die hun baan verliezen.