Een wetsvoorstel van Minister Vijlbrief dat de automatische compensatie voor vertraagde beslissingen door het UWV zou afschaffen, stuit op felle kritiek van de Nederlandse Orde van Advocaten, die het voorstel ‘onacceptabel’ en ‘onnodig’ noemt. De voorgestelde wijziging zou het UWV, dat al kampt met aanzienlijke achterstanden in de afhandeling van uitkeringsaanvragen, minder financieel verantwoordelijk stellen voor het niet naleven van wettelijke termijnen.
Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een wetsvoorstel ingediend dat de verplichting voor het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) om automatisch dwangsommen te betalen bij het overschrijden van beslistermijnen, zou opheffen. Het voorstel, dat recent ter consultatie lag, beoogt de financiële lasten van het UWV te verlichten, die de afgelopen jaren aanzienlijk zijn gestegen door de toename van achterstanden. De Orde van Advocaten heeft zich krachtig uitgesproken tegen dit voorstel, waarbij de term ‘onacceptabel’ niet geschuwd werd.
Het UWV is verantwoordelijk voor de beoordeling van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en de vaststelling van de mate waarin iemand nog in staat is te werken. De organisatie wordt geconfronteerd met een groeiende werkdruk, terwijl het tegelijkertijd worstelt met een tekort aan personeel, waaronder keuringsartsen. Dit leidt tot aanzienlijke vertragingen in de afhandeling van aanvragen, met name voor uitkeringen zoals de Wia-uitkering, waar burgers wettelijk binnen acht weken een beslissing zouden moeten ontvangen. In de praktijk duurt dit vaak negentien weken, en kan oplopen tot een jaar.
De huidige wetgeving stelt burgers in staat om bestuursorganen, zoals het UWV, in gebreke te stellen en een dwangsom te eisen wanneer beslistermijnen worden overschreden. Dit mechanisme is bedoeld om de overheid te stimuleren om tijdig beslissingen te nemen en burgers niet onnodig lang in onzekerheid te laten. De kosten voor het UWV als gevolg van deze dwangsommen zijn explosief gestegen, van ongeveer 5 miljoen euro in 2021 naar een verwachte 25 miljoen euro in 2025.
De wettelijke beslistermijnen zijn ingevoerd om de rechtszekerheid voor burgers te waarborgen en te voorkomen dat overheidsinstanties burgers onnodig lang laten wachten op cruciale beslissingen. Het UWV, als uitvoeringsorganisatie van sociale zekerheid, speelt een cruciale rol in het verstrekken van financiële steun aan mensen die door ziekte of arbeidsongeschiktheid niet meer kunnen werken. De huidige achterstanden bij het UWV zijn een gevolg van een combinatie van factoren, waaronder een toenemende vraag naar uitkeringen en een tekort aan personeel.
De ‘mismatch’ die minister Vijlbrief aanwijst, verwijst naar de discrepantie tussen de toegenomen werkdruk en de beperkte capaciteit van het UWV om deze werkdruk te verwerken. Dit tekort aan personeel, met name keuringsartsen, belemmert de efficiënte afhandeling van aanvragen en leidt tot de genoemde vertragingen. De toename van dwangsommen is een direct gevolg van deze vertragingen en de bijbehorende frustratie bij burgers die afhankelijk zijn van de uitkeringen.
De discussie over de dwangsommen en de verantwoordelijkheid van het UWV is niet nieuw. Eerdere pogingen om de achterstanden te verminderen en de efficiëntie te verbeteren, hebben niet de gewenste resultaten opgeleverd. Het wetsvoorstel van Vijlbrief wordt daarom gezien als een poging om de financiële lasten van het UWV te verlichten, maar roept tegelijkertijd vragen op over de bescherming van de rechten van burgers.
De Orde van Advocaten heeft de kritiek op het wetsvoorstel scherp geformuleerd, waarbij de nadruk ligt op de onacceptabiliteit van het afschaffen van de automatische compensatie. Advocaten vrezen dat het voorstel de positie van burgers verder zal verzwakken en het UWV minder stimulans zal geven om de achterstanden in te lopen. De Orde stelt dat het wetsvoorstel de druk op het UWV juist zou verminderen om de processen te verbeteren en de beslistermijnen na te leven.
Minister Vijlbrief argumenteert dat het voorstel bedoeld is om het UWV te helpen de achterstanden in te lopen en de dienstverlening te verbeteren. Hij stelt dat de dwangsommen een onnodige financiële last vormen en de focus van het UWV afleiden van de primaire taak: het beoordelen van uitkeringsaanvragen. De minister erkent de problemen met de achterstanden, maar wijst erop dat het oplossen van deze problemen een langdurig proces is dat investeringen en structurele veranderingen vereist.
De mogelijke gevolgen van het wetsvoorstel zijn aanzienlijk. Het kan leiden tot een verdere toename van de frustratie bij burgers die afhankelijk zijn van uitkeringen, en mogelijk tot meer juridische procedures om dwangsommen te claimen. Tegelijkertijd kan het UWV meer ruimte krijgen om te investeren in personeel en processen, wat op termijn tot een verbetering van de dienstverlening zou kunnen leiden. De uitkomst zal afhangen van de manier waarop het wetsvoorstel wordt geïmplementeerd en de reactie van het UWV op de veranderde situatie.