Amsterdamse politieke partijen willen de Spaanse transportbedrijf CAF uitsluiten van de nieuwe tram aanbesteding vanwege de betrokkenheid bij projecten in bezet Palestijns gebied, een actie die gevoed wordt door de druk van een aankomend referendum over een boycot van Israël. De kwestie roept vragen op over de ethische aspecten van overheidsinkopen en de balans tussen economische belangen en mensenrechten.
Een coalitie van Amsterdamse politieke partijen, waaronder PRO Amsterdam, Denk, D66 en Bij1, pleit voor het uitsluiten van de Spaanse transportbedrijf CAF van de aanbesteding voor 75 nieuwe trams. De partijen hebben schriftelijke vragen gesteld aan de Vervoerregio Amsterdam, de gezamenlijke eigenaar van GVB, de Amsterdamse vervoersmaatschappij. De aanleiding is de betrokkenheid van CAF bij de uitbreiding van de tramlijn in Jeruzalem, die West-Jeruzalem verbindt met nederzettingen in bezet Oost-Jeruzalem.
De partijen stellen dat deze tramlijn, en daarmee de betrokkenheid van CAF, bijdraagt aan mensenrechtenschendingen en indirecte compliciteit vormt. Ze verwijzen naar rapporten van het VN-kantoor voor de rechten van de mens (OHCHR) die CAF’s betrokkenheid bij activiteiten rondom de nederzettingen in bezet Palestijns gebied bevestigen. Hoewel de aanmeldingsdeadline voor de aanbesteding al is verstreken, benadrukken de partijen dat er nog onderhandelingsruimte is, waardoor GVB de mogelijkheid heeft om CAF over te slaan.
CAF heeft in het verleden al meerdere opdrachten van GVB ontvangen, waaronder de levering van 30 trams in 2018. De partijen willen dat de gemeente Amsterdam en de Vervoerregio Amsterdam de nieuwe ethische richtlijnen, die recent zijn vastgesteld, toepassen en ervoor zorgen dat overheidsinkopen geen bijdrage leveren aan mensenrechtenschendingen. De totale investering voor de nieuwe trams bedraagt 391 miljoen euro, een bedrag dat de ernst van de situatie onderstreept.
De druk om ethische criteria toe te passen op overheidsinkopen is de afgelopen jaren toegenomen, zowel in Nederland als internationaal. De recente aanpassing van de Amsterdamse inkoopregels, die direct of indirecte compliciteit bij mensenrechtenschendingen verbieden, is een reactie op deze groeiende maatschappelijke bezorgdheid. Dit komt op een moment dat er in Amsterdam een referendum op komst is over een boycot van Israël, wat de politieke gevoeligheid rond dit onderwerp verder vergroot.
De betrokkenheid van CAF bij de uitbreiding van de Jeruzalem Light Rail is een punt van kritiek omdat de tramlijn doorgaat naar nederzettingen die door de internationale gemeenschap als illegaal worden beschouwd. De Verenigde Naties beschouwen de nederzettingen als een obstakel voor vrede en een schending van het internationaal recht. Deze situatie plaatst CAF in een ethisch dilemma, aangezien de levering van infrastructuur aan nederzettingen wordt gezien als een steun aan de bezetting.
De Vervoerregio Amsterdam, onder leiding van mobiliteitswethouder Elise Moeskops, speelt een cruciale rol in dit proces. De regio, waarin Amsterdamse raadsleden invloed hebben, is verantwoordelijk voor het toekennen van de tram aanbesteding. De beslissing om CAF uit te sluiten, zou een precedent kunnen scheppen voor toekomstige overheidsinkopen en de manier waarop de gemeente Amsterdam omgaat met ethische overwegingen.
De partijen die CAF willen uitsluiten, argumenteren dat het naleven van de nieuwe ethische richtlijnen voorop moet staan, zelfs als dit betekent dat de aanbesteding vertraagd wordt of dat CAF, een ervaren leverancier, niet wordt geselecteerd. Ze benadrukken dat het belangrijk is om een duidelijk signaal af te geven dat de gemeente Amsterdam niet bereid is om zaken te doen met bedrijven die betrokken zijn bij activiteiten die mensenrechten schenden.
De uitkomst van de aanbesteding heeft potentieel verstrekkende gevolgen. Als CAF wordt uitgesloten, kan dit andere bedrijven aanmoedigen om hun activiteiten in controversiële gebieden te heroverwegen. Tegelijkertijd kan het leiden tot juridische uitdagingen van CAF, die mogelijk beweert dat de uitsluiting discriminerend is. De discussie over de ethische aspecten van overheidsinkopen zal waarschijnlijk verder aangewakkerd worden.
De druk vanuit het aankomende referendum over een boycot van Israël versterkt de politieke dynamiek rond de tram aanbesteding. De partijen die CAF willen uitsluiten, hopen hiermee de bezorgdheid van de burgers te adresseren en te laten zien dat de gemeente Amsterdam de kwestie serieus neemt. De uitkomst van de aanbesteding kan een belangrijke invloed hebben op de stemming rond het referendum en de toekomstige beleidslijn van de gemeente Amsterdam ten aanzien van ethische inkoop.