Kinderen geboren buiten Europa lopen een 13x hoger verdrinkingsrisico in Nederland. CBS onderzoek toont aan dat 78% van de slachtoffers overleden in open water. 2026. Kinderen geboren buiten Europa lopen een 13x hoger verdrinkingsrisico in Nederland dan kinderen van Nederlandse afkomst. Het verdrinkingsrisico voor tieners met een niet-Nederlandse achtergrond is bijna veertien keer hoger dan.
Kinderen geboren buiten Europa lopen een significant hoger risico om te verdrinken in Nederland dan kinderen van Nederlandse afkomst, blijkt uit recent onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De cijfers, die een alarmerende trend laten zien, wijzen op een verschil in verdrinkingsrisico dat soms wel dertien keer zo groot is, vooral onder tieners. Deze bevindingen roepen vragen op over de oorzaken van dit verschil en de noodzaak van gerichte preventieve maatregelen.
Het CBS heeft een analyse uitgevoerd van verdrinkingsgevallen in Nederland tussen 2016 en 2023. Uit de data blijkt dat van de 930 verdrinkingsslachtoffers, inclusief 57 kinderen onder de 10 jaar en 53 tussen de 10 en 20 jaar, meer dan de helft een niet-Nederlandse achtergrond had. De discrepantie is het meest uitgesproken bij tieners in de leeftijdscategorie 10 tot 20 jaar: hun verdrinkingsrisico was bijna veertien keer hoger dan dat van hun Nederlandse leeftijdsgenoten. Voor de jongste kinderen, onder de 10 jaar, was dit risico ongeveer acht keer hoger.
De meeste verdrinkingsgevallen vinden plaats in open water, zoals sloten, rivieren, kanalen, meren, vijvers en de zee. Ruim driekwart (78%) van de overledenen in de afgelopen tien jaar kwam hierbij om in dergelijke wateren. Het onderzoek identificeert geen specifieke oorzaak voor dit verschil in verdrinkingsrisico, maar wijst wel op een verband met de afkomst van de kinderen. Kinderen die in Nederland zijn geboren met een migratieachtergrond lopen een verhoogd risico, terwijl kinderen met een migratieachtergrond die in Nederland zijn geboren, minder risico lopen dan hun leeftijdsgenoten met een Nederlandse achtergrond.
Onderzoek van het Mulier Instituut, een kenniscentrum voor jeugd en onderwijs, werpt verder licht op de situatie. Uit hun bevindingen blijkt dat 40% van de kinderen geboren in het buitenland geen zwemdiploma heeft behaald, tegenover 24% van kinderen met migratieachtergrond en slechts 9% van kinderen zonder migratieachtergrond. Dit gebrek aan zwemvaardigheid wordt gezien als een mogelijke factor die bijdraagt aan het verhoogde verdrinkingsrisico.
De cijfers over het verhoogde verdrinkingsrisico onder kinderen met een migratieachtergrond zijn zorgwekkend en roepen vragen op over de onderliggende oorzaken. Een mogelijke verklaring is het gebrek aan zwemles of andere waterveiligheidstrainingen. Culturele verschillen in omgang met water, bijvoorbeeld minder vertrouwdheid met zwemmen of het ontbreken van traditionele watergerelateerde activiteiten, kunnen ook een rol spelen. De beschikbaarheid van zwemlessen en de financiële middelen om deze te betalen, kunnen eveneens een factor zijn.
De Nederlandse wetgeving schrijft geen verplichte zwemlessen voor, hoewel de meeste basisscholen zwemlessen aanbieden als onderdeel van het schoolprogramma. De kwaliteit en toegankelijkheid van deze lessen kunnen echter variëren, en niet alle kinderen krijgen de kans om te leren zwemmen. De resultaten van het Mulier Instituut suggereren dat kinderen met een migratieachtergrond minder vaak de kans krijgen om een zwemdiploma te halen, wat hun risico op verdrinking aanzienlijk verhoogt.
De historische context van migratie naar Nederland speelt ook een rol. Veel migranten zijn in het verleden naar Nederland gekomen met beperkte middelen en een andere culturele achtergrond, waardoor de toegang tot zwemlessen en andere vormen van waterveiligheidstraining soms bemoeilijkt werd. De integratie van migranten in de Nederlandse samenleving, inclusief het aanleren van waterveiligheid, blijft een uitdaging.
De publicatie van de CBS-cijfers heeft geleid tot bezorgdheid bij verschillende instanties en organisaties. Zowel het CBS als het Mulier Instituut roepen op tot meer aandacht voor waterveiligheid en gerichte preventieve maatregelen voor kinderen met een migratieachtergrond. Er wordt gesproken over het versterken van zwemprogramma’s, het aanbieden van gesubsidieerde zwemlessen en het ontwikkelen van cultureel sensitieve voorlichting over waterveiligheid.
De Nederlandse Zwem Federatie (NZF) heeft aangegeven de bevindingen serieus te nemen en werkt aan initiatieven om de toegankelijkheid van zwemlessen te verbeteren. Ook gemeenten worden opgeroepen om actiever te investeren in waterveiligheidsprogramma's en om de bewustwording over het verhoogde risico te vergroten. De discussie over de verantwoordelijkheid voor de waterveiligheid van kinderen, zowel van ouders als van de overheid, is in gang gezet.
De gevolgen van de bevindingen kunnen verder reiken dan alleen de directe preventie van verdrinkingsgevallen. Het kan ook leiden tot een herziening van het beleid rondom zwemlessen en waterveiligheid in het onderwijs. De aandacht voor culturele diversiteit en integratie in de maatschappij wordt er mogelijk door vergroot, met als doel om alle kinderen gelijke kansen te bieden op een veilige en gezonde ontwikkeling.
Veelgestelde vragen
Wat is het verdrinkingsrisico voor kinderen geboren buiten Europa?
Kinderen geboren buiten Europa lopen een 13x hoger verdrinkingsrisico in Nederland dan kinderen van Nederlandse afkomst, volgens CBS-onderzoek.
Waarom is het risico hoger voor tieners met migratieachtergrond?
Onderzoek wijst op een verband met de afkomst van de kinderen, maar geen specifieke oorzaak is vastgesteld. 40% van de kinderen geboren in het buitenland heeft geen zwemdiploma.
Hoe kan waterveiligheid worden verbeterd in Nederland?
Gemeenten worden opgeroepen om actiever te investeren in waterveiligheidsprogramma’s en initiatieven van de Nederlandse Zwem Federatie verbeteren toegankelijkheid van zwemlessen.