De Nederlandse zakenman Hennie van der Most heeft noodgedwongen het faillissement aangevraagd van zijn moederbedrijf, Van der Most Top Holding, wat een kettingreactie van liquidaties kan inleiden binnen een tiental onderliggende bedrijven. Deze ontwikkeling volgt op eerdere financiële tegenslagen, waaronder het faillissement van zijn Rotterdamse pretparkproject en een aanzienlijke daling van het eigen vermogen van de holding.

Wat is er gebeurd?

Hennie van der Most, een bekende ondernemer in de pretparksector, heeft het faillissement aangevraagd van Van der Most Top Holding. Dit moederbedrijf omvat een tiental verschillende bedrijven, waardoor de gevolgen van de faillissementsaanvraag aanzienlijk kunnen zijn. De situatie is een escalatie van eerdere problemen, nadat eerder al de besloten vennootschap (bv) van het Rotterdamse pretpark failliet ging. Van der Most zelf gaf aan dat hij niet langer in staat was om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen, mede door een tekort van vijf miljoen euro bij een schuldeiser.

De holding kende een steile daling in eigen vermogen. In 2020 bedroeg dit vermogen nog ruim 73 miljoen euro, maar begin dit jaar was dit gedaald tot ruim 40 miljoen euro. Deze daling wordt direct gerelateerd aan de mislukking van het Rotterdamse pretparkproject, dat herhaaldelijk vertraging opliep en uiteindelijk niet kon worden voltooid. De ondernemer toonde zich bezorgd over de mogelijke persoonlijke gevolgen, waarbij hij zich afvroeg of hij in de toekomst in een tent zou moeten wonen.

Van der Most beschreef de situatie als een reeks "lege hulzen", wat suggereert dat er in het verleden mogelijk risicovolle investeringen zijn gedaan die niet tot de verwachte resultaten hebben geleid. Hij erkende dat hij geen ervaring heeft met faillissementen, wat de complexiteit van de situatie verder benadrukt.

Achtergrond en context

Hennie van der Most verwierf landelijke bekendheid als een ondernemer die voormalige industriële locaties transformeerde in attractieparken. Eerder bouwde hij bijvoorbeeld een voormalige kerncentrale in Duitsland om tot een attractiepark. Zijn carrière begon echter in de oudijzerhandel, een achtergrond die contrasteert met zijn latere activiteiten in de pretparksector. In 2017 werd hij opgenomen in de Quote 500, een lijst van de rijkste mensen in Nederland, met een geschat vermogen van 75 miljoen euro.

Van der Most heeft sinds 2008 een luxe landgoed in Gorssel als woonplaats. Zijn meest recente en ambitieuze project was de ombouw van een Rotterdamse vuilverbrandingsinstallatie tot een pretpark. Dit project, dat jaren in ontwikkeling was, werd echter een bron van aanzienlijke financiële problemen en vertragingen. De voortdurende uitstel van de opening en de bijbehorende kosten hebben uiteindelijk bijgedragen aan de huidige crisis.

De val van Van der Most is opmerkelijk, gezien zijn eerdere succes en de schatting van zijn vermogen. Hij zelf stelt dat het geschatte vermogen van 75 miljoen euro "op papier" was en dat hij nooit meer dan 53 miljoen euro heeft gehad. De huidige situatie markeert een significant keerpunt in zijn carrière en roept vragen op over de risicobeoordeling en financiële strategieën die in het verleden zijn toegepast.

Reacties en gevolgen

De faillissementsaanvraag van Van der Most Top Holding heeft direct gevolgen voor de betrokken bedrijven onder de holding. De exacte impact op de werknemers en de lokale economie is nog onduidelijk, maar er wordt rekening gehouden met het verlies van banen en de mogelijke sluiting van bedrijven. De schuldeiser die een tekort van vijf miljoen euro claimt, zal naar verwachting een belangrijke rol spelen in het faillissementsproces.

De situatie heeft ook een bredere impact op de Nederlandse pretparksector, die al te maken heeft met uitdagingen zoals de stijgende kosten en veranderende consumentenvoorkeuren. Het faillissement van Van der Most Top Holding kan een waarschuwing zijn voor andere ondernemers in de sector en benadrukt het belang van een solide financiële basis en een realistische projectplanning.

Van der Most zelf heeft aangegeven zich zorgen te maken over de persoonlijke gevolgen van het faillissement. Zijn uitspraak over het wonen in een tent suggereert een gevoel van verlies en onzekerheid over de toekomst. De komende periode zal cruciaal zijn om de financiële situatie te herstructureren en te bepalen welke bedrijven en projecten kunnen worden gered.